Een heel fijn moment van het jaar was weer aangekomen, de wintersport.
Met familie en vriendin gingen we de pistes in het Oostenrijkse dorpje Sölden onveilig maken.
Het appartement waarin we geboekt hadden via de vrijuit was het Grüner Fidelis appartement.
Na een slopende heenreis kwamen we uiteindelijk aan in het oh zo heerlijke Sölden.
De zon stond hoog in de lucht en de pistes waren zo wit als je maar wensen kon.
Er was de avond daarvoor net wat verse sneeuw gevallen en iedere wintersport liefhebber weet dan dat het smullen wordt op de piste.
De volgende dag stonden we dan ook op een enorme lekker piste en heb ik mijn ski talenten (Ugh) weer even laten mogen zien aan die Oostenrijkerse ski-bobbers. Eenmaal na een heerlijke dag skiën wens je niks anders dan een heerlijke nachtrust in een fijn zacht bedtje en dat is dan ook echt genieten kan ik je vertellen.
So far, so good. Toen we eenmaal op de vijfde dag waren aanbeland en de pistes van Sölden onderhand wel waren bekeken, kwam ik op het idee om mijn grenzen eens op te zoeken. Het Skipark waar enorme schansen en boxen stonden opgesteld, was dan ook de ultieme test om deze grens te bereiken.
Eenmaal beneden en drie redelijke sprongen verder, sloop er echter wat hoogmoed in. De tweede run liep namelijk minder goed af. De eerste box was een eitje waardoor ik een redelijke vaart had en dacht dat ik wel een flinke tweede kon nemen.
De box was in de vorm van een huis met een plat dak en dan op een bergje, snap je
. Je kon er redelijk makkelijk op skieen, maar dan was het de bedoeling dat je rustig het dak afgleed de berg af. Ik ging echter zo snel dat ik het dak gebruikte als een schans en zo werd gelanceerd de diepte in. Na een reuze sprong van wel minstens 10 meter (voor mijn gevoel dan) lande ik regelrecht met gezicht naar beneden op de piste. Ik kon mijn gezicht beschermen, waardoor mijn schouder de klap opving. Ik hoorde het direct kraken en voelde een onmenselijke pijn opkomen. Na een bezoek bij de dokter bleek mijn sleutelbeen te zijn gebroken. 3 weken rust en 6 weken genezing.
De laatste dag van de vakantie was dan ook dikke ellende en ik heb niet meer gezien dan vier muren en een doosje pijnstillers.
Echter toen ik eenmaal in het appartement zat kwamen er bij mij wat frustraties naar boven over het appartement. Het uitzicht van de keuken was namelijk tegen een Hotel aan en het afval deponeren was een hells karwei, omdat je alles gescheiden moest inzamelen.
Hier een foto van het appartement met het “Sunny hotel” ernaast.

Er sloop bij mij een enorme drang in om alles dan ook in grote zak te gooien en deze gewoon in de container bij de buren te deponeren, maar dit bleef echter natuurlijk alleen bij het idee.
Toen we de volgende morgen naar huis wilde werd ons appartement grondig geïnspecteerd en werd gekeken naar het scheidende afval wat was ingezameld van de afgelopen dagen. Wat bleek nu? Er was te veel plastic in het “rest afval” gekomen waardoor we dus geen recht meer hadden op de borg van 200 euro. Mijn tante probeerde nog als brugman de beste inspectie meneer bij te praten en dat we in de laatste zak waarschijnlijk iets over het hoofd hadden gezien.
Een hele week gescheiden inzamelen en dan met een laatste afvalzak je borg verspillen. Het ging me te ver en ik bedacht me geen moment. Ik pakte een grote spiegelreflex camera en begon elk mankement van het appartement op de foto te zetten. Er was niet zoveel, dus soms moest ik flink overdrijven op een bepaalde stukjes.
Eenmaal bij de receptie aangekomen die een 2 km vederop lag, bleek alles ineens toch in orde te zijn en hebben we de borg keurig terug gekregen. Dus voor iedereen die zich belazerd voelt door het gescheiden inzamelen van afval in Oostenrijk, raad ik aan om een flink camera mee te nemen en foto’s te maken in het bijzijn van de eind inspectie.